Pinetum Blijdenstein is een botanische tuin die gespecialiseerd is in naaktzadigen. Naaktzadigen, ook wel gymnospermen genoemd, zijn een groep van zaadplanten, waarbij het zaad zich 'naakt' ontwikkelt, bijvoorbeeld tussen de schubben van een kegel. Dit in tegenstelling tot de bedektzadigen (angiospermen), waarbij het zaad omhuld wordt door een apart orgaan, bijvoorbeeld het vruchtbeginsel. De bedektzadigen worden ook wel bloemplanten genoemd.
De meest bekende naaktzadigen in Nederland zijn de drie coniferen die hier van nature groeien, te weten de grove den, jeneverbes en taxus. Verder behoren de cycaspalmen en de Japanse Notenboom (Ginkgo biloba) ook tot de naaktzadigen. De Gnetales tenslotte vormen een buitenbeentje binnen de naaktzadigen. Hiertoe behoren de Welwitschia mirabilis, de Ephedra's en de Gnetums.
Wereldwijd zijn er ongeveer 1000 soorten naaktzadigen, waarvan Pinetum Blijdenstein er bijna 400 bezit uit zowel de gematigde streken als de tropen en subtropen. Onze botanische tuin biedt een thuis aan een keur van met uitsterven bedreigde soorten, maar ook de 'gewonere' bomen uit onze tuinen treffen we eraan. De coniferencollectie bezit veertien zeer ernstig bedreigde soorten naaktzadigen, die op de Rode Lijst van de IUCN (International Union for Conservation of Nature and Natural Resources) voorkomen. Behalve de collectie naaktzadigen is er een belangrijke collectie rododendrons, die voornamelijk uit wilde soorten bestaat en een verzameling varens.
Van deze groep planten zijn verreweg de meeste leden wintergroen en ze dragen allemaal een kegel of kegelbes (coniferen = kegeldragers). Zowel de naalden (bladeren!) als de schubvormige bladeren blijven vaak meerdere jaren aan de bomen zitten. Larix, de Goudlarix (Pseudolarix amabilis), de Japanse Notenboom (Ginkgo biloba), Chinese Watercipres (Metasequoia glyptostroboides) en de Amerikaanse Moerascipres (Taxodium distichum). De Larix is hiervan de meest bekende.
Coniferen zijn windbestuivers. Zij komen voor op alle delen van de aarde (met uitzondering van de polen) en behoren dan ook tot de belangrijkste groepen planten ter wereld. Ze kenmerken zich door hun vermogen onder vaak extreme omstandigheden te kunnen bestaan.
Coniferen die op of vlak bij de poolcirkel voorkomen, hebben kleine, vaak bijna ronde naaldjes om zich te beschermen tegen te grote verdamping en dus verlies van warmte. In de vochtige tropen zijn de naalden meestal groot en plat en lijken op lancetvormige bladeren. Deze bladeren verdampen meer water in de tropen, maar omdat water het hele jaar door niet schaars is, is dat geen probleem. De grote verdamping heeft als voordeel dat de bladeren veel voedingsstoffen aangevoerd krijgen vanuit de wortels. Tropische coniferen groeien dan ook veel sneller dan hun neefjes bij de poolcirkel.
Cycaspalmen, ook wel Cycadales genoemd, lijken door hun houtige stam met daarop een grote kroon van samengestelde bladeren sterk op palmen. Toch zijn het geen palmen, maar naaktzadigen: hun zaden ontstaan in kegels en niet in bloemen. Cycaspalmen zijn daarnaast tweehuizig en dat betekent dat mannelijke en vrouwelijke kegels op afzonderlijke planten voorkomen.
De eerste cycaspalmen verschenen meer dan 250 miljoen jaar geleden, in een tijd waarin de continenten nog verenigd waren in één supercontinent. Na het uiteenvallen daarvan wisten zij zich te handhaven op alle continenten, voornamelijk in tropische en subtropische gebieden.
De cycaspalmen van onze collectie worden vanaf half oktober als het te koud wordt, ondergebracht in verwarmde kassen. In de late lente als de vorstkansen voorbij zijn, staan de meest geharde exemplaren als kuipplant buiten. De echt gevoelige cycaspalmen blijven het gehele jaar in de kas.
Naast enkele zeldzame soorten als Encephalartos lehmanii (Zuid-Afrika) en Cycas apoa (Nieuw-Guinea) komen we ook de Cycas revoluta tegen. Deze vredespalm is gewoon te koop in de tuincentra.
Ephedra's zijn veelal onooglijke planten die maar weinig in een mens wakker maken. Op het eerste gezicht lijken ze allemaal op elkaar; een uitzondering hierop is er niet echt. Ze zien eruit als dik gras, of misschien wel meer als paardenstaarten (Equisetum). De plant komt voornamelijk voor op de ruige bodems van droge bergachtige streken. De collectie Ephedra’s is redelijk winterhard en kunt u buiten in het perk vlak voor de muurkas vinden.
Uit de planten wordt het bekende Ephedrine gewonnen, een stimulerend middel voor medisch gebruik. De zaden zijn erg in trek in Amerika en Zuid-Oost Azië, waarvan men thee trekt. De collectie van Pinetum Blijdenstein omvat tweeëntwintig soorten.
In de wereld komen ca. 1000 verschillende soorten rododendron voor, variërend van vorstbestendige kleine soorten in Alaska tot tropische rododendronsoorten in Indonesië. Het zwaartepunt van het soortenbestand ligt in China en dan met name in het gebied grenzend aan de Himalaya.
De collectie van rododendrons van Pinetum Blijdenstein bestaat uit 130 verschillende natuurlijke soorten (species) en zijn geplant om de tuin wat meer kleur te geven. De rododendrons zijn aangeplant op opgeworpen heuveltjes om de natuurlijke groeiomstandigheden na te bootsen, een zogenaamde Rhododendronvallei.
De bloeitijd van deze collectie begint vaak al begin maart met de bloei van enkele grote soorten zoals Rhododendron calophytum en eindigt met de bloei van de heerlijk geurende Rhododendron auriculatum begin juli. Het hoogtepunt van de bloeitijd ligt eind april/begin mei. Er is dus maandenlang altijd iets te zien qua bloei, maar ook buiten de bloeitijd is de variatie van bladeren alleen al een bezoek waard.
Sinds 2001 heeft het Pinetum een Tasmaanse plantenhoek, voor de ingang van de grote kas. Naast boomvarens (Dicksonia antarctica) groeien daar een aantal planten die in het wild alleen op Tasmanië voorkomen. Sommige worden in hun voortbestaan bedreigd. Tijdens de zomermaanden geven deze planten een exotische tint aan de tuin.
Een ware bijzonderheid is de Lagarostrobus franklinii, een conifeer uit Tasmanië, waarvan de moederplant veertienduizend jaar oud is!
In Nederland kennen we zeventien botanische tuinen, die beschikken over plantencollecties met een wetenschappelijke achtergrond. Gezamenlijk omvatten zij vele tienduizenden exemplaren. De collecties zijn verenigd in de Nationale Plantencollectie (NP).
Niet alle planten of groepen komen in aanmerking voor toelating tot de NP, die wordt gecoördineerd en actief gecontroleerd door de Stichting Nationale Plantencollectie (SNP). Tuinen hebben zich in de loop van de jaren op basis van onderlinge afspraken vergaand gespecialiseerd. De bedoeling hiervan is het realiseren van een brede spreiding, in diversiteit, van de planten op aarde.
Pinetum Blijdenstein verzorgt een aantal belangrijke specialisaties binnen de NP en is, verhoudingsgewijs, een van de grootste participanten. Van een overzicht van de andere NP tuinen kunt u in het bezit komen via de Nationale Plantencollectie.
Buiten de deelname in de Nationale Plantencollectie is het Pinetum, in internationaal verband, lid van de IUCN Conifer Specialist Group, waarin top-specialisten uit de hele wereld zitting hebben. Zij houden zich bezig met de inventarisatie van en rapportage omtrent coniferen in hun natuurlijke, wereldwijde, verspreidingsgebieden.
Het behoud en de mogelijke uitbreiding van de rijkdom aan soorten en de wetenschappelijke kwaliteit van de collectie is het hoofddoel van een ambitieus beheer- en verwervingsplan.
Daarnaast streeft Pinetum Blijdenstein ernaar om een representatief beeld van de naaktzadigen wereldwijd te geven. Het beheer- en verwervingsplan beoogt de collectie zodanig uit te breiden, dat van ieder genus naaktzadigen meer dan de helft van het bestaande aantal soorten in de collectie aanwezig is en dan met nadruk op bedreigde soorten. Daarbij is er binnen het kader van de Stichting Nationale Plantencollectie (SNP) bijzondere aandacht voor de coniferen in het algemeen en de collecties cycaspalmen, Ephedra's en rododendrons.