Home  |  Contact  |  Sitemap  |  Privacy Statement  |  Webdesign: DG Graphic Design © 2015-2022
Pinetum Blijdenstein
Van der Lindenlaan 125
Hilversum, Netherlands
info@pinetum.nl
ig fb fb

Artikelen

De mensen van het Pinetum

Interview met Ineke Bregman - Pinetum Blijdenstein 48 - januari 2022

De mensen van het Pinetum

Door: Andrea de Jong

Ha, Ineke. Je bent vrijwilliger bij Pinetum Blijdenstein. Hoe was je eerste kennismaking met het Pinetum?
Dat moet al meer dan dertig jaar geleden zijn. Mijn kinderen zaten op de Vondelschool hierachter. Ze kwamen een enkele keer met school in de tuin. Toen ben ik eens komen kijken. Het zag er anders uit dan nu, dat weet ik nog wel. Daarna was ik hier pas weer in september 2011, met een rondleiding tijdens de Open Monumentendag. Dat jaar in april was ik met pensioen gegaan en nu zag ik een A4'tje hangen in bezoekerscentrum Klein Vogelenzang, waarop stond dat ze vrijwilligers zochten. En toen dacht ik: dat lijkt me wel wat! Sindsdien ben ik hier actief.

Wat doe je hier allemaal?
Op maandagochtend werk ik met een groep in de tuin. Heel leuk. En bij feestjes, trouwerijen, etcetera ben ik gastvrouw in het bezoekerscentrum. Dit jaar was het helaas even anders, maar normaal gesproken is het op woensdag- en zondagmiddag sowieso open en ben ik er ook vaak als gastvrouw. En je spreekt zoveel verschillende leuke mensen; je hoort hun verhalen en deelt in hun bezoek op zo'n zondagmiddag of bij een feestje. Ik heb hier de afgelopen tien jaar veel mensen ontmoet en gesproken. Dat heb ik in mijn werk ook altijd gehad. Ik vind het heerlijk om de week te beginnen in de tuin. Ik heb altijd een heel voldaan gevoel als ik hiervandaan kom.

Wat deed je voor werk?
Ik ben geboren en opgegroeid in Amsterdam. Toen ik een jaar of tien was, vroegen mensen mij weleens wat ik later wilde worden. Ik zei dan altijd: ‘verpleegster'. Ik kende niemand die dat was, maar ik dacht: dat is het. En dat heb ik gedaan, vierenveertig jaar lang. In ziekenhuizen in Amsterdam, in het Radboud in Nijmegen en in Hilversum bij de trombosedienst en Astmacentrum Heideheuvel.

Men zegt altijd dat er van mij rust uitgaat.

Wat trok je zo aan in het beroep?
Ik wilde voor mensen zorgen. En ik ben longverpleegkundige geworden. Ook ben ik opgeleid tot kinderverpleegkundige en heb een aantal jaren op de kraam- en kinderafdeling gewerkt. Daarna heb ik ruim 33 jaar met kinderen met astma en volwassenen met COPD gewerkt. Ik gaf uitleg over hun ziekte, inclusief de werking van medicatie en voorlichting aan groepen patiënten. Ik heb twee keer een groep patiënten begeleid op hun treinreis van Amsterdam naar Davos in Zwitserland, waar een Nederlandse vestiging was van het Longfonds, toen nog Astma Fonds. Die mensen waren daar dan lange tijd onder behandeling.

Hoe ging dat precies in zijn werk?
Ik kreeg een koffer mee met medicijnen en injecties en zorgde dat de mensen de treinreis goed doorstonden. In Zwitserland werd ik met de patiënten van het station gehaald, zodat we niet hoefden over te stappen. Dat ging ook niet; sommige mensen kwamen regelrecht uit het ziekenhuis en werden dan op Amsterdam Centraal Station afgezet. Het was best een verantwoordelijkheid. Men zegt altijd dat er van mij rust uitgaat. Dit soort patiënten heeft rust nodig en niet iemand die in de stress schiet van zo'n situatie.

Had je die rust als kind ook?
Ik was niet een heel druk kind, best wel rustig ja. Toen ik klein was, speelde ik graag met vriendjes en vriendinnetjes, liefst in de speeltuin bij ons in de buurt. Ik observeerde toen al veel, wat ik in mijn verdere leven ook altijd ben blijven doen. Dat leer je niet af. Ik was een meisje dat haar eigen plan trok; ik regelde vaak dingen. Ik herinner me dat ik op school veel vriendinnen had. Zo had ik een vriendin die op een middelbare school zat waar ze het niet naar haar zin had. Ik vroeg haar toen: ‘Zal ik eens informeren of je niet bij mij op school kan komen?' Dat heb ik toen gedaan, en ze kwam bij mij in de klas. Dus ik regelde dat wel.

Ik heb geleerd dat je moet genieten van alle momenten die je hebt, en geen dingen moet uitstellen die je ooit nog eens wilt doen.

Heb je speciale hobby's?
Ik hou erg van tuinieren, zowel hier als thuis. Ik ben eigenlijk altijd wel bezig. Een dag binnen ben ik nooit. Ik fiets en wandel graag en ik ga graag op vakantie. Mijn man en ik trekken normaal gesproken rond met de caravan en hebben al een aantal keer reisjes van zes weken gemaakt. Vorig jaar en dit jaar zijn we ondanks de pandemie bij elkaar toch zes weken weggeweest. Vorig jaar naar Brabant, Winterswijk, Doesburg en Monnickendam. En dit jaar zijn we onder andere op de Veluwe, in Loenen en Limburg geweest, nét voor de overstromingen. Ook nog vier dagen Duitsland en drie dagen Gent. We nemen altijd fietsen mee. Twee jaar geleden hebben we een reis door Spanje gemaakt, helemaal van noord naar zuid langs alle mooie plekken aan de kust.

Heb je weleens iets spannends gedaan waarvan je nooit had gedacht dat je het zou doen?
Ik heb negen jaar geleden met een ultralight vliegtuigje gevlogen tijdens mijn werk op een camping in Frankrijk. Dat leek me heel bijzonder om te doen. Je zit dan achter de piloot, om je heen wat stangen en doeken, verder hang je in de open lucht. Je stapt in, waarna je helemaal in de gordels wordt gehesen. Dan wordt het motortje gestart en ga je rijden, tot je genoeg vaart hebt om de lucht in te gaan. Dan gaat het motortje uit en dan hang je daar. Een soort zweefvliegtuig van canvas. We vlogen zo'n twintig minuten boven de prachtige natuur van de Pont d'Arc en de Ardèche. Ik kan me herinneren dat ik die vrouw alleen maar in haar nekvel vast had, haha. We hadden allebei een microfoontje, en gelukkig spreek ik redelijk goed Frans. Mijn man heeft het vanaf de grond gefilmd, ook toen ik weer naar beneden kwam. En toen mijn kinderen het zagen, zeiden ze: ‘Jee mam, dat je dat durfde.' Het was echt heel mooi. Heel bijzonder. Maar ik denk niet dat ik het nog een keer zou doen!

Wat is voor jou een onmisbare levensles geweest?
Vijf jaar geleden zijn er binnen een halfjaar zes mensen overleden in mijn familie. Ook jonge mensen. Mijn allerliefste nicht is overleden, ze was toen 68. En mijn broer, hij was 71. Veel te jong natuurlijk. En nog een aantal van rond die leeftijd. Ik mis mijn nicht heel erg, want daar trok ik van jongs af aan heel veel mee op. Haar vader, de lievelingsbroer van mijn moeder, zei altijd: ‘Ik ga door tot de honderd', en dat heeft hij gedaan. En nu ligt hij samen met zijn dochter begraven in Blaricum. Daar ben ik van de week weer naartoe gefietst. Maar zijn dochter overleed een paar maanden vóór hem en dat is schrijnend. Ik heb daardoor wel geleerd dat je moet genieten van alle momenten die je hebt, en geen dingen moet uitstellen die je ooit nog eens wilt doen. Je moet er echt voor gaan.

Lees het artikel als PDF in Blijdenstein Nieuws opmaak 

« terug  |  deel dit artikel op: deel dit artikel op twitter deel dit artikel op facebook deel dit artikel op linkedin w